Verzoekschrift nr. 22760/25
Deze zaak betreft de rechtszekerheid rond het betreden van een woning met het oog op de aanhouding en de plaatsing in administratieve detentie van een persoon in onregelmatig verblijf. Bij gebrek aan een specifieke wettelijke regeling voor dergelijke woonstbetredingen werd die leemte grotendeels opgevuld door de rechtspraak van het Hof van Cassatie. In zijn arresten van 5 oktober 2022 en 10 oktober 2023 had het Hof een voorafgaande en schriftelijke toestemming vereist.
In de zaak-Jeblaoui gaf het Hof van Cassatie op 22 april 2025 echter een andere interpretatie, die de draagwijdte van die waarborg beperkt: de politieambtenaren zouden de woning mogen betreden op basis van een mondelinge toestemming om hun aanwezigheid toe te lichten en na te gaan of vervolgens een schriftelijke toestemming kan worden verkregen vóór de uitvoering van hun opdracht.
De zaak doet dan ook, vanuit het oogpunt van artikel 8 van het Verdrag, de fundamentele vraag rijzen of een juridisch kader dat door de rechtspraak werd opgebouwd voldoende toegankelijk en voorzienbaar blijft wanneer die rechtspraak enkele jaren later wezenlijk wordt gewijzigd. Het Hof moet ook uitmaken of de verzoeker op ondubbelzinnige wijze afstand heeft gedaan van de bescherming van zijn woning, op basis van een met kennis van zaken en zonder dwang gegeven toestemming.
De zaak werd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens aan de Belgische Staat meegedeeld. De schriftelijke procedure is afgesloten en een arrest wordt verwacht.
Ons communiqué (PDF, in het Frans)
Meegedeelde zaak
Status Aanhangig; arrest verwacht.
Eerste verzoekschrift – nr. 26364/26
De heer De Carvalho Sérgio, die in België in voorlopige hechtenis zit, heeft bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een verzoekschrift ingediend over de langdurige oplegging van een individueel bijzonder veiligheidsregime. Het verzoekschrift voert grieven aan op grond van de artikelen 3, 8 en 13 van het Verdrag.
Status Aanhangig bij het Hof.
Tweede verzoekschrift
Een tweede verzoekschrift betreft twee verdere beslissingen, van 18 juni en 19 augustus 2026, tot hernieuwing van het individueel bijzonder veiligheidsregime van de verzoeker. Het heeft met name betrekking op de observaties die 's nachts elk uur plaatsvinden, waarbij het gebruik van licht de verzoeker herhaaldelijk wekt en zijn slaap fragmenteert, alsook op de cumulatieve impact van het langdurige sociale isolement, het beperkte contact met zijn familie en de gedocumenteerde achteruitgang van zijn geestelijke gezondheid. Het verzoekschrift voert grieven aan op grond van de artikelen 3, 8 en 13 van het Verdrag.
Status Ingediend; nog geen verzoekschriftnummer toegekend.
Waalse ondergrondse rijkdommen en eigendomsrecht
Vorige week hebben wij bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg een verzoekschrift ingediend namens twee eigenaars uit het voormalige mijnbekken van de Vieille Montagne en namens de vzw BiHU. De zaak is daarmee aanhangig bij het Europees Hof.
De zaak was eerder bij het Grondwettelijk Hof aanhangig gemaakt door professor Michel Delnoy en zijn team (Luik). Met zijn arrest nr. 68/2026 van 28 mei 2026 heeft het Grondwettelijk Hof het beroep tegen het Waalse decreet van 14 maart 2024 betreffende de ondergrond verworpen.
Waar zit het probleem? Het Burgerlijk Wetboek (art. 3.63) bepaalt dat het eigendomsrecht op de grond zich uitstrekt tot een diepte die nuttig is voor de eigenaar, gelet op de bestemming en de toestand van de grond. Het Waalse decreet werkt daarentegen met vaste dieptes: dieper dan 100 meter ontstaat automatisch een erfdienstbaarheid van openbaar nut ten gunste van de houder van de exclusieve vergunning, zonder specifieke procedure. Twee criteria voor eenzelfde ondergrond, en geen enkele tekst bepaalt hoe een conflict tussen beide moet worden opgelost.
Het Grondwettelijk Hof heeft zelf erkend dat er gevallen bestaan, die als zeldzaam worden bestempeld, waarin eigenaars hun grond dieper dan 100 meter gebruiken en zo in conflict kunnen komen met een vergunde exploitatie. Voor hen blijft onzeker welke plaats aan hun gebruik zal worden toegekend, via welke procedure zij het kunnen laten gelden en welke vergoeding zal gelden als zij moeten wijken. Het gaat onder meer om de watervoorziening via een oude mijn en om geothermie.
Namens de verzoekers voeren wij de schending aan van artikel 6 § 1 van het Verdrag, van artikel 1 van Protocol nr. 1 en van artikel 14 van het Verdrag.
De nationale procedure is afgesloten. De Europese procedure is begonnen.
Status Aanhangig bij het Hof.
Verzoekschrift nr. 21464/26
Een jonge Ghanese vrouw die mensenhandel heeft overleefd en vervolgens het slachtoffer werd van gericht homofoob geweld, dreigt naar Ghana te worden verwijderd. Het verzoekschrift betreft de beoordeling van het reële en individuele risico waaraan zij bij terugkeer zou worden blootgesteld, en het gewicht dat werd toegekend aan haar bijzondere kwetsbaarheid en aan het onafhankelijke medische bewijs dat haar trauma documenteert. Het voert grieven aan op grond van de artikelen 3 en 13 van het Verdrag.
Status Aanhangig bij het Hof.
Verzoekschrift nr. 26317/26
Een jonge Ghanese vrouw die aan huisslavernij werd onderworpen en later vast kwam te zitten in een internationaal netwerk van gedwongen prostitutie, dreigt naar Ghana te worden verwijderd. Het verzoekschrift betreft het risico dat zij opnieuw slachtoffer wordt van mensenhandel, het risico op revictimisatie, het ontbreken van daadwerkelijke bescherming bij terugkeer en de wijze waarop werd omgegaan met het medische bewijs dat haar ernstige trauma documenteert. Het voert grieven aan op grond van de artikelen 3 en 13 van het Verdrag.
Status Aanhangig bij het Hof.
Verzoekschrift nr. 21462/26
Een Ghanese vrouw die is gevlucht voor vervolging in verband met een gedwongen huwelijk, gendergerelateerd geweld en haar seksuele geaardheid, dreigt naar Ghana te worden verwijderd. Het verzoekschrift betreft de specifieke risico's waaraan zij bij terugkeer zou worden blootgesteld en de beoordeling van onafhankelijk medisch bewijs dat een complexe posttraumatische stressstoornis en ernstig lichamelijk trauma documenteert. Het voert grieven aan op grond van de artikelen 3 en 13 van het Verdrag.
Status Aanhangig bij het Hof.
Ouderlijk gezag, voorlopige maatregelen en internationaal privaatrecht
Deze zaak betreft complexe en uitzonderlijk lange procedures over het ouderlijk gezag en over maatregelen die de relatie tussen de verzoeker en zijn kinderen raken. De procedures liepen van 21 november 2014 tot het arrest van het Franse Hof van Cassatie van 10 juni 2026, een periode van meer dan elf jaar.
Het verzoekschrift bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens doet met name vragen rijzen vanuit het oogpunt van artikel 8 van het Verdrag, met betrekking tot de eerbiediging van het gezinsleven en de positieve verplichtingen van de Staat in procedures die kinderen en het ouderlijk gezag betreffen. Het roept ook vragen op over de doeltreffendheid en de tijdigheid van de rechtsbescherming, onder meer wat de behandeling van voorlopige maatregelen betreft.
Status Verzoekschrift ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.