Procedures voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vormen een zeer gespecialiseerde materie. Het Hof herinnert daar zelf aan in zijn toelichting voor verzoekers: meer dan 90% van de verzoekschriften die het onderzoekt, worden niet-ontvankelijk verklaard. Een zaak die op nationaal niveau belangrijk is, wordt in Straatsburg dan ook mogelijk nooit ten gronde onderzocht als zij niet wordt voorgelegd in overeenstemming met de vereisten van het Verdrag en van de Europese procedure.
Straatsburg is geen bijkomende beroepsinstantie. Het Hof beoordeelt een geschil niet opnieuw op grond dat een nationale beslissing onrechtvaardig of verkeerd zou zijn. Het toetst de naleving van de rechten die worden gewaarborgd door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Protocollen daarbij. Een Europese procedure vereist dan ook een nieuwe lezing van het dossier, vanuit een andere invalshoek dan die van het nationale recht.
Onze expertise voor het Hof
Just Rights Europe is een advocatenkantoor gespecialiseerd in procedures voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Wij treden niet op in nationale procedures. Ons werk begint na de definitieve beslissing van het hoogste bevoegde nationale rechtscollege — Hof van Cassatie, Raad van State, Grondwettelijk Hof of een gelijkwaardig rechtscollege.
Ons optreden bestrijkt de volledige procedure:
- Ontvankelijkheidsanalyse: uitputting van de doeltreffende nationale rechtsmiddelen (artikel 35 § 1), naleving van de termijn van vier maanden vanaf de definitieve nationale beslissing, hoedanigheid van slachtoffer (artikel 34), het ontbreken van een aanzienlijk nadeel (artikel 35 § 3 b)), verenigbaarheid ratione materiae, personae, temporis en loci (artikel 35 § 3 a)), het voorafgaand opwerpen van de grieven, in substantie, voor de nationale rechtscolleges.
- Identificatie en formulering van de grieven: selectie van de artikelen van het Verdrag en van de Protocollen die werkelijk kans op slagen hebben, in het licht van de rechtspraak van het Hof.
- Opstellen van het verzoekschrift: strikte naleving van de vereisten van artikel 47 van het Reglement van het Hof; niet-naleving heeft tot gevolg dat het verzoekschrift niet door het Hof wordt onderzocht, behoudens een afdoende verklaring voor die niet-naleving, een verzoek om een voorlopige maatregel of een andersluidende beslissing van het Hof; enkel een volledig verzoekschriftformulier stuit de termijn van vier maanden.
- Voorlopige maatregelen: verzoeken op grond van artikel 39 van het Reglement in spoedeisende situaties (uitzetting, uitlevering, risico voor het leven of de fysieke integriteit).
- Procedure op tegenspraak: opmerkingen in antwoord op de verwerende regering, repliek, verzoek om billijke genoegdoening (artikel 41), zittingen.
- Minnelijke schikkingen (artikel 39 van het Verdrag) en eenzijdige verklaringen (artikel 37 § 1, c) van het Verdrag en artikel 62A van het Reglement van het Hof): onderhandeling en beoordeling van de opportuniteit van een schikking in het licht van het belang van de verzoeker.
- Verwijzing naar de Grote Kamer op verzoek van een partij (artikel 43) en afstand van rechtsmacht door een kamer ten gunste van de Grote Kamer (artikel 30), waarover de partijen worden verzocht hun opmerkingen in te dienen — zie onze pagina over de Grote Kamer.
- Uitvoering van de arresten (artikel 46): opvolging voor het Comité van Ministers van de Raad van Europa, mededelingen op grond van Regel 9 van de Regels van het Comité van Ministers, heropening van de nationale procedures.
Artikelen van het Verdrag
Onze zaken hebben voornamelijk betrekking op de volgende bepalingen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens:
- Artikel 2 — Recht op leven, met inbegrip van de positieve en procedurele verplichtingen van de Staat (effectief onderzoek)
- Artikel 3 — Verbod van foltering en van onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; detentieomstandigheden; verwijdering naar een land waar een risico bestaat; procedureel luik
- Artikel 5 — Recht op vrijheid en veiligheid; rechtmatigheid van de detentie; rechterlijke toetsing; administratieve detentie van vreemdelingen
- Artikel 6 — Recht op een eerlijk proces, in burgerlijke en in strafzaken; toegang tot de rechter; wapengelijkheid; redelijke termijn; motivering van de beslissingen; vermoeden van onschuld en rechten van de verdediging
- Artikel 7 — Geen straf zonder wet; voorzienbaarheid van de strafwet; terugwerkende kracht
- Artikel 8 — Recht op eerbiediging van het privéleven, het gezinsleven, de woning en de correspondentie; gezinshereniging; verwijdering van vreemdelingen; gegevensbescherming; leefmilieu
- Artikel 9 — Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst
- Artikel 10 — Vrijheid van meningsuiting; persvrijheid; klokkenluiders
- Artikel 11 — Vrijheid van vergadering en vereniging
- Artikel 13 — Recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel, in samenhang met de andere gewaarborgde rechten
- Artikel 14 — Verbod van discriminatie bij het genot van de gewaarborgde rechten, in samenhang met de andere artikelen en Protocollen
- Artikel 18 — Begrenzing van de toepassing van beperkingen op rechten; machtsafwending
- Artikel 34 — Recht op een individueel verzoekschrift; belemmering van de uitoefening van dat recht
Protocollen bij het Verdrag
De Protocollen maken integraal deel uit van ons werkterrein. De normatieve Protocollen worden in verzoekschriften geregeld over het hoofd gezien, hoewel zij vaak de stevigste juridische grondslag van een grief vormen; de Protocollen nrs. 15 en 16, die geen enkel materieel recht toekennen, regelen op hun beurt de procedure:
- Protocol nr. 1, artikel 1 — Bescherming van eigendom: onteigening, inmenging in het recht op het ongestoord genot van de eigendom, regeling van het gebruik van eigendom, belastingheffing, gewettigde verwachting
- Protocol nr. 1, artikel 2 — Recht op onderwijs
- Protocol nr. 1, artikel 3 — Recht op vrije verkiezingen
- Protocol nr. 4, artikel 2 — Vrijheid van verplaatsing
- Protocol nr. 4, artikel 4 — Verbod van collectieve uitzetting van vreemdelingen
- Protocol nr. 7, artikel 2 — Recht op hoger beroep in strafzaken
- Protocol nr. 7, artikel 4 — Recht om niet tweemaal te worden berecht of gestraft (ne bis in idem), met name bij de cumulatie van administratieve en strafrechtelijke sancties
- Protocol nr. 12 — Algemeen verbod van discriminatie, voor de Staten die het hebben bekrachtigd
- Protocol nr. 13 — Afschaffing van de doodstraf in alle omstandigheden
- Protocol nr. 15 — Hervorming van de procedure: termijn van vier maanden, subsidiariteitsbeginsel en beoordelingsmarge opgenomen in de Preambule
- Protocol nr. 16 — Adviezen, die niet bindend zijn en in het kader van een aanhangige zaak worden gevraagd door de daartoe aangewezen hoogste nationale rechtscolleges, voor de Staten die het hebben bekrachtigd
De toepasselijkheid van elk Protocol hangt af van de bekrachtigingen door de verwerende Staat. Wij gaan dat punt stelselmatig na vanaf de eerste analyse van het dossier.
Een Europese praktijk
Sinds 1 september 2026 aanvaarden wij zaken gericht tegen alle lidstaten van de Raad van Europa. Een verzoekschrift tegen een andere Staat die partij is bij het Verdrag vergt kennis van de nationale rechtsmiddelen van die Staat en van de doeltreffendheid ervan in de zin van de rechtspraak van het Hof; daartoe werken wij samen met een netwerk van confraters die voor de hoogste nationale rechtscolleges optreden.
Onze verantwoordelijkheid
Niet alle zaken kunnen voor het Hof slagen. Onze verantwoordelijkheid bestaat erin de dossiers die een Europese procedure kunnen rechtvaardigen te onderscheiden van die welke op onoverkomelijke hinderpalen stuiten. Die benadering vergt evenveel nauwgezetheid in de verdediging als openhartigheid in het advies. Wanneer een zaak in Straatsburg geen werkelijk vooruitzicht biedt, zeggen wij dat.
Om de volledige tekst van het Verdrag en de Protocollen daarbij te raadplegen, kunt u het officiële document downloaden.
Het Verdrag downloaden